Acht ernstige mensenrechtenrisico’s als eerste aangepakt

Banken financieren (onderdelen) van deze keten en zijn op grond van de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s) gehouden om mensenrechtenrisico’s te voorkomen en te verminderen. Deze analyse helpt partijen en aangesloten banken om gezamenlijk en individueel te kunnen werken aan deze risico’s.
Palm oil plantations in Indonesia © SER | Wilke de Boer

De deelnemers van het IMVO-convenant bancaire sector (banken, maatschappelijke organisaties, overheid en vakbeweging) hebben op basis van hun gezamenlijke kennis en ervaring de palmolieketen in kaart gebracht en mensenrechtenrisico’s geïdentificeerd. In lijn met principe 24 van de UNGP’s is vervolgens gezamenlijk bepaald welke mensenrechtenrisico’s het ernstigst zijn en dus met prioriteit moeten worden aangepakt. Hiervoor is gebruik gemaakt van de prioriteringscriteria “scale”, “scope” en “remediability” zoals opgenomen in het commentaar bij principe 14 van de UNGP’s.

De analyse is gebaseerd op expertise van partijen en hun netwerken, expertise van lokale stakeholders, opbrengsten uit expertmeetings, ontvangen input op de consultatieversie en bevindingen van de fieldtrip naar Indonesië. Dankzij de betrokkenheid van vele stakeholders, die vanuit verschillende invalshoeken en belangen inzicht hebben in de keten, is een gedegen analyse opgeleverd met conclusies en concrete vervolgstappen.

Bevindingen

Palmolie wordt gebruikt in een groot aantal consumentengoederen, variërend van voedsel tot cosmetica. Daarnaast wordt het gebruikt voor de productie van biobrandstof. Hoewel palmolie in veel landen wordt geproduceerd, wordt verreweg het meeste geëxporteerd vanuit Maleisië (35%) en Indonesië (55%).

De analyse beschrijft de stappen, activiteiten en spelers in de waardeketen: van palmolie boer tot palmolie consument. In die keten zijn meer dan twintig risico’s op mensenrechtenschendingen geïdentificeerd, waarvan er acht als zodanig ernstig worden gezien dat zij door de gezamenlijke partijen als prioriteit zijn aangemerkt. Dit zijn:

  1. Leefbaar loon/leefbaar inkomen – Kleinschalige landbouwfamilies
  2. Arbeidsrechten – Schendingen vakbondsrechten
  3. Arbeidsrechten – Dwangarbeid
  4. Arbeidsrechten – Gezondheid en veiligheid
  5. Land gerelateerde mensenrechten – Bestuur (landconflicten en landroof)
  6. Groepen die specifieke risico’s lopen – Kinderen (migrantenkinderen in Maleisië)
  7. Groepen die specifieke risico’s lopen – Migranten (internationaal en nationaal)
  8. Groepen die specifieke risico’s lopen – Mensenrechten verdedigers (Latijns Amerika)

Concrete vervolgstappen

Op basis van de analyse is een aantal conclusies geformuleerd. Daarnaast is een aantal concrete vervolgstappen geïdentificeerd die verband houden met de acht geprioriteerde mensenrechtenschendingen. Zo gaan partijen werken aan een database van cao’s op palmolie plantages in Indonesië en wordt verkend of een impact banking project in palmolie kan worden opgezet.

Lees de gehele analyse met vervolgstappen.