Nulmeting Monitoringcommissie IMVB Convenant Pensioenfondsen

Het rapport van de Monitoringcommissie van het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Pensioenfondsen toont de resultaten van de nulmeting, de stand van zaken bij aanvang van het Convenant. De Stuurgroep reageert in een ‘appreciatie’ op de aanbevelingen uit deze publicatie.
Geldbomen © Shutterstock

Publicatie gehele rapportage

In het Convenant hebben Deelnemende Pensioenfondsen, de overheid, vakbonden en ngo’s afspraken met elkaar gemaakt over het verankeren van de OESO-richtlijnen en United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s) in het beleid en over de praktijk van pensioenfondsen. De bijna 80 Deelnemende Pensioenfondsen - samen goed voor zo’n 90% van het door pensioenfondsen totale beheerd vermogen - en overige betrokken Partijen hebben de nulmeting ingevuld. Partijen hebben besloten om in het kader van transparantie het gehele rapport te publiceren.
De komende jaren komen er vervolgmetingen om de voortgang te volgen. Ook worden op basis van deze nulmeting de doelpercentages van de KPI’s vastgesteld.

  • Nulmeting, de stand van zaken bij aanvang van het Convenant.
  • Appreciatie, reactie stuurgroep op de aanbevelingen uit de nulmeting

Aandacht voor fundamentele begrippen

De Stuurgroep spreekt in de ‘appreciatie’ haar waardering uit voor het rapport en reageert op de aanbevelingen. Enkele voorbeelden van de bevindingen en (reacties op) de aanbevelingen zijn:

  • De meeste Deelnemende Pensioenfondsen hebben een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid en passen dat toe maar er bestaan nog significante verschillen tussen de pensioenfondsen in de mate van volledigheid en concretisering. Due diligence volgens OESO-richtlijnen vergt dat potentiële of daadwerkelijke negatieve impacts van beleggingen op stakeholders, zoals werknemers of lokale gemeenschappen, worden geïdentificeerd. Dit lijkt nieuw voor beleggers, die met ESG-beleid zich tot nog toe vooral richten op mogelijke negatieve impact op de financiële waarde van beleggingen. Dat beeld wordt herkend door de Stuurgroep. Deelnemende Pensioenfondsen hebben tot eind 2020 de tijd om hun beleid aan te passen aan de afspraken in het convenant en kunnen daarvoor het instrumentarium gebruiken. De Stuurgroep verwacht dat het instrumentarium dat in dit eerste convenantsjaar wordt ontwikkeld, hierbij behulpzaam zal zijn.
  • De Monitoringcommissie constateert dat er op dit moment begripsverwarring bestaat over fundamentele begrippen zoals due diligence en lange termijn waardecreatie. Het is van belang om het kennisniveau over OESO-richtlijnen/UNGP’s te vergroten bij Deelnemende Pensioenfondsen, bestuursbureaus, deelnemers en andere betrokkenen. De Stuurgroep erkent het belang hiervan en zal ervoor zorgdragen dat hier de komende jaren voldoende aandacht voor komt.
  • Het rapport stelt verder dat bij Deelnemende Pensioenfondsen beleid ontbreekt dat beschrijft hoe het pensioenfonds omgaat met de toepassing van haar eigen ESG-beleid in uitbestedingsrelaties. De Stuurgroep ziet dat deze observaties te verwachten waren, gezien het stadium waarin het Convenant zich bevindt. In de praktijk werken pensioenfondsen met een breed scala aan uitvoerders. Het verder ontwikkelen van het beleid zal de komende jaren een aandachtspunt zijn.
  • Op het punt van rapportage en transparantie sluit de Stuurgroep zich aan bij de aanbevelingen van de Monitoringcommissie, om de keuzes van pensioenfondsen ten aanzien van hun ESG-beleid – waaronder de implementatie van de OESO-richtlijnen en de UNGP’s – inzichtelijk te maken voor deelnemers. Dit is van belang voor het verkrijgen van draagvlak onder deelnemers voor het specifieke ESG-beleid van pensioenfondsen.

Doelstelling convenant

Partijen willen met dit convenant potentiële en daadwerkelijke negatieve gevolgen van beleggingen door pensioenfondsen op samenleving en milieu voorkomen, beperken en/of (laten) herstellen. Met het Convenant wordt invulling gegeven aan de verwachtingen die voor de pensioenfondsen voortvloeien uit de UNGP’s en de OESO-richtlijnen waarbij het OESO-richtsnoer ‘Responsible business conduct for institutional investors’ een leidraad is voor de implementatie.