Pensioenconvenant boekt vooruitgang en gaat versnellen

De Monitoringcommissie van het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Pensioenfondsen heeft de resultaten van de tweede meting gepubliceerd (peildatum 30 juni 2021). De Stuurgroep reageert op de aanbevelingen uit het rapport.

Geldbomen © Shutterstock

De monitoringcommissie beveelt in haar tweede rapport aan verlichting te geven aan kleinere fondsen, de toegang tot Herstel en Verhaal te verduidelijken en om te versnellen om de doelen van het convenant te behalen.

Brede en diepe spoor

De Monitoringcommissie ziet in het Brede Spoor op veel prestatie-indicatoren duidelijke voortgang. Tegelijk blijft de voortgang op alle hoofdindicatoren achter op de doelstellingen. Dat is vooral relevant voor de hoofdindicator ‘Beleid’, waar de feitelijke realisatie 13 procent bedraagt, terwijl de doelstelling op de peildatum 100 procent is. Een nadere analyse van de subindicatoren voor Beleid toont een positiever beeld en de voortgang gemeten naar Belegd Vermogen is substantieel.

Op basis van de kwalitatieve informatie concludeert de Monitoringcommissie dat er in het Diepe Spoor constructief wordt samengewerkt tussen de convenantspartijen en dat het gezamenlijk aanwenden van invloed op bedrijven voorzichtig impact lijkt te sorteren.

Versnelling

De Stuurgroep onderschrijft in haar reactie dat het convenant achterloopt op de doelstellingen en dat een versnelling noodzakelijk is. De pensioenfondsen zijn serieus aan de slag geweest in de afgelopen verslagperiode. Er is onder meer veel geïnvesteerd in onderling contact (intervisiegroepen, webinars), er zijn zes engagement cases van start gegaan, het instrumentarium is aangepast, op het merendeel van de verschillende subdoelstellingen is vooruitgang geboekt en er is meer tijd en aandacht besteed aan de implementatie in beleid.

Er ligt een duidelijke taak bij de pensioenfondsen om alle punten, voor het einde van het Convenant te integreren in beleid en bij de Stuurgroep en de werkgroepen op het verduidelijken van de subartikelen en het faciliteren van kennisuitwisseling.