Voedingsmiddelensector verduurzaamt productieketen

29 juni 2018

De ondertekenaars van het convenant | © Dirk Hol

De Nederlandse voedingsmiddelensector gaat zich gezamenlijk inzetten voor een internationaal verantwoorde productieketen. Vandaag wordt het Convenant Voedingsmiddelen op het gebied van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) ondertekend. Doel van het convenant is om door samenwerking in de hele keten risico’s op bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen en milieuschade te beperken en zo te werken aan een verduurzaming van de productieketen.

Het IMVO Convenant Voedingsmiddelen wordt ondertekend door een brede coalitie. Deze bestaat uit de brancheorganisaties Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en Koninklijke Nederlandse Specerijenvereniging’ (KNSV), de vakbonden FNV en CNV, de ministeries van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de maatschappelijke organisaties ICCO, Woord en Daad en Global March Against Child Labour en het Initiatief Duurzame Handel (IDH). De onderhandelingen voor dit convenant zijn gefaciliteerd door de SER.

Convenant met hele branche

De Nederlandse voedingsmiddelensector neemt gezamenlijk het initiatief om projecten op te zetten. Daarnaast wordt gewerkt met IMVO-risicomanagement om problemen in de keten te kunnen voorkomen en aan te pakken. Het convenant heeft betrekking op alle bedrijven die zijn aangesloten bij CBL, FNLI en KNVS. Bij dit convenant tekenen de brancheorganisaties namens de sector. Zij moeten ervoor zorgen dat alle bij hen aangesloten bedrijven risico’s in kaart brengen en aanpakken. De brancheorganisaties en bedrijven trekken daarbij samen op met de overheid, vakbonden en maatschappelijke organisaties om zo problemen aan te pakken die de bedrijven niet individueel kunnen oplossen.

Gezamenlijke projecten leefbaar loon en klimaat

Dit convenant gaat de sector helpen bij aanpassingen in de bedrijfsvoering die nodig zijn om maatschappelijk verantwoord te ondernemen in de keten. In het convenant is vastgelegd dat partijen in het eerste jaar starten met gezamenlijke projecten op het gebied van klimaat en leefbaar loon.

Zesde sectorconvenant over internationaal MVO

Het convenant Verantwoord Voedingsmiddelen is het zesde convenant op het gebied van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. De convenanten in de textiel-, banken- en goudsector zijn onder begeleiding van de SER tot stand gekomen. Convenanten voor verzekeringen, pensioenen, sierteelt, land- en tuinbouw, natuursteen en de metallurgische sector zijn in voorbereiding. De convenanten volgen het SER-advies van 2014 over Internationaal MVO.


Quotes partijen

Minister Sigrid Kaag:

Goed om te zien dat de branche met dit convenant zelf aangeeft te willen verduurzamen. Deze afspraken moeten ertoe leiden dat de voedingsmiddelensector – van grote supermarktketens tot mkb’ers - scherper let op arbeidsomstandigheden, eerlijke lonen en klimaatbewuste productie.

Minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit):

Goed dat dit nu zwart op wit staat. Het zou nog beter zijn als deze afspraken niet nodig waren, maar dat de belangen van mens, dier, natuur en milieu in productielanden nu hoog op de agenda staan en dat bedrijven in de voedingssector zaken gaan verbeteren is mooi nieuws. Hopelijk betekent dit ook dat boeren in deze landen een eerlijke prijs ontvangen voor hun werk en hun producten. Daar werk ik in Nederland hard aan, maar voor buitenlandse boeren is dit minstens zo belangrijk.

SER-voorzitter Mariëtte Hamer:

De convenants aanpak is een instrument om in gezamenlijkheid productieketens transparanter en duurzamer te maken. Binnen de voedingsmiddelensector kunnen zo risico’s worden opgespoord en aangepakt. Goed dat ook partijen binnen deze sector samen aan de slag willen.

Marian Geluk, directeur FNLI:

Met het IMVO Convenant zetten we sectorbreed in op Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. De lat gaat omhoog! Als sector geven we een krachtig signaal af naar de buitenwereld. De Nederlandse voedingsmiddelensector is zich bewust van de uitdagingen die ook buiten onze grenzen liggen en pakken deze structureel aan. Als grootste maakindustrie in Nederland is dit een statement van formaat.

Marinus Verweij, voorzitter ICCO:

De voedingsmiddelensector is een zeer grote sector met een verhoogd risico op kinderarbeid, onveilige werkomstandigheden, verdringing van kleine boeren en oneerlijke prijzen. Met dit convenant zetten we concrete stappen om deze mensenrechtenschendingen aan te pakken.

Tuur Elzinga, vicevoorzitter FNV:

Door dit convenant krijgen werknemers van voedingsbedrijven meer zicht op de aanvoerketens van hun eigen bedrijf. Dat maakt het gemakkelijker om in actie te komen bij schendingen van werknemersrechten en om collega’s in andere landen te steunen bij hun vakbondswerk.

Marc Jansen, directeur CBL:

Ons voedsel komt soms van ver over de grens. Wij willen er aan bijdragen dat ook dáár mensen in goede omstandigheden kunnen leven en werken. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan en daarom zijn wij erg blij dat wij samen met onze partners bij maatschappelijke organisaties, vakbonden en overheden dit convenant gaan uitvoeren. Voor ons biedt dit kans om belangrijke maar complexe thema’s samen op te pakken, zoals een leefbaar loon voor medewerkers bij huismerkproducenten in ontwikkelingslanden. Supermarkten gaan de komende vijf jaar aan de slag met concrete projecten die bijdragen aan een, ook in sociaal opzicht, duurzamere voedselketen.

© Dirk Hol

Betrokken bij het convenant zijn

Deze website maakt gebruik van cookies. Wij gebruiken cookies onder andere om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.